ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4690
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarigen na ongeoorloofde overbrenging volgens Haagse Verdrag
De moeder had met toestemming van de rechtbank de minderjarigen eind maart 2010 naar Spanje verhuisd, waar zij ruim elf maanden verbleven en geïntegreerd waren. De vader nam de kinderen op 28 februari 2011 zonder toestemming mee terug naar Nederland. De kern van het geschil betrof de vraag waar de gewone verblijfplaats van de minderjarigen lag op het moment van overbrenging.
De rechtbank stelde vast dat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen sinds de verhuizing in Spanje was, gezien de intentie van de moeder, de integratie van de kinderen en de duur van het verblijf aldaar. De vader handelde eigenmachtig en zonder geldige toestemming, waardoor sprake was van kinderontvoering volgens het Haagse Verdrag.
De vader voerde verweren aan op basis van weigeringsgronden uit het Verdrag, waaronder berusting en risico op ondragelijke situatie, maar deze werden verworpen. De rechtbank legde een terugkeerverplichting op uiterlijk 28 december 2011 en veroordeelde de vader tot vergoeding van de door de moeder gemaakte reiskosten. Elke partij draagt verder haar eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank gelast de terugkeer van de minderjarigen naar Spanje uiterlijk op 28 december 2011.