ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4358
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse vreemdeling
Verzoeker, een Turkse vreemdeling, diende op 9 maart 2011 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning met als doel arbeid als zelfstandige. Verweerder wees de aanvraag bij besluit van 27 juni 2011 af wegens onvoldoende informatie om advies te vragen aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beleid in de Vreemdelingencirculaire (B5/7.3 tot en met B5/7.3.4) voor Turkse zelfstandigen niet eenduidig voorschrijft welke stukken moeten worden overgelegd. Verweerder had aanvullende stukken gevraagd die niet op het beleid voor Turkse vreemdelingen terug te voeren zijn. Hierdoor werd verzoeker geen reële mogelijkheid geboden om zijn aanvraag aan te vullen.
De rechter concludeerde dat verweerder ten onrechte had geconcludeerd dat verzoeker onvoldoende informatie had verstrekt. Daarom woog het belang van verzoeker om de bezwaarprocedure af te wachten zwaarder dan het belang van verweerder bij uitzetting. De voorlopige voorziening werd toegewezen, verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en uitzetting van verzoeker verboden totdat op bezwaar is beslist.