ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8403
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met de beperking 'arbeid als zelfstandige'. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een wezenlijk Nederlands economisch belang. Eiser stelde dat verweerder ten onrechte geen advies had ingewonnen bij de Minister van Economische Zaken, aangezien hij een ondernemingsplan had overgelegd.
De rechtbank overwoog dat het beleid ruimte laat om al dan niet advies in te winnen bij de Minister, afhankelijk van de onderbouwing van het ondernemingsplan. Het ondernemingsplan van eiser was onvoldoende onderbouwd, onder meer doordat financiële stukken ontbraken of niet verifieerbaar waren en het plan grotendeels was overgenomen uit een ander dossier. Hierdoor kon verweerder terecht afzien van het inwinnen van advies.
Verder werd vastgesteld dat het criterium 'wezenlijk Nederlands belang' wordt toegepast op basis van de feitelijke economische situatie zoals die gold op 1 januari 1973, conform het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EEG-Turkije. Eiser voldeed niet aan deze criteria. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van het ondernemingsplan en het ontbreken van een wezenlijk Nederlands belang.