ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4234
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
Verzoeker, een Ghanees met ernstige medische klachten, verzocht op 1 maart 2011 toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), dat uitzetting kan voorkomen indien reizen medisch onverantwoord is. Verweerder wees dit verzoek op 12 juli 2011 af, mede op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) van 4 juli 2011, waarin werd geconcludeerd dat verzoeker met gangbare vervoersmiddelen kan reizen en dat adequate medische behandeling in Ghana beschikbaar is.
Verzoeker betoogde dat de benodigde medicatie in Ghana onbetrouwbaar of onbeschikbaar is en dat hij de zorg niet kan betalen, waardoor feitelijke toegankelijkheid ontbreekt. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verweerder terecht speculaties over feitelijke toegankelijkheid niet bij de beoordeling betrekt, conform het beleid en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en dat er geen spoedeisend belang is om uitzetting op te schorten. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.