ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8221
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid huurprijs na omzetting collectieve naar individuele huurovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over de redelijkheid van de huurprijs na omzetting van een collectieve huurovereenkomst naar individuele huurovereenkomsten. Na vertrek van twee huurders zijn met de overgebleven en nieuwe huurders individuele contracten gesloten. Huurder huurt sinds 1 augustus 2009 een deel van de woning voor € 550 per maand en heeft de Huurcommissie verzocht de redelijkheid van deze huurprijs te toetsen.
De Huurcommissie heeft geoordeeld dat de huurprijs niet redelijk is en stelde een maximale huurprijs van € 415,94 vast. Verhuurder vordert vernietiging van deze uitspraak en verklaart de overeengekomen huurprijs redelijk en billijk. Tevens vordert hij ontbinding van de huurovereenkomst wegens vermeende tekortkomingen van huurder en betaling van achterstallige huur.
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een nieuwe huurovereenkomst sinds 1 augustus 2009, waardoor huurder zich terecht tot de Huurcommissie heeft gewend. Verhuurder heeft onvoldoende onderbouwd waarom een hoger puntenaantal en dus hogere huurprijs gerechtvaardigd zou zijn. De kantonrechter wijst de vorderingen van verhuurder af en bevestigt de uitspraak van de Huurcommissie. Tevens is geen sprake van een zodanige huurachterstand die ontbinding rechtvaardigt.
Verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt het recht van huurders om huurprijzen te laten toetsen bij omzetting van collectieve naar individuele huurovereenkomsten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vorderingen van verhuurder af en bevestigt de redelijke huurprijs van € 415,94 per maand.