ECLI:NL:RBSGR:2011:BT1824
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking verblijfsvergunning wegens beëindiging categoriale bescherming Irak
Eiseres, afkomstig uit Irak, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder tot intrekking van haar verblijfsvergunning, verleend op grond van het categoriale beschermingsbeleid voor asielzoekers uit Centraal-Irak. Verweerder heeft de vergunning ingetrokken omdat deze beschermingsgrond is komen te vervallen en heeft geweigerd een verblijfsvergunning te verlenen op andere gronden van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank beoordeelt dat eiseres onvoldoende documenten overlegt ter staving van haar nationaliteit en reisroute, waardoor verweerder terecht artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, Vw 2000 toepast. Het asielrelaas van haar echtgenoot, waarop zij zich beroept, mist positieve overtuigingskracht vanwege inconsistenties en onbeantwoorde vragen over bedreigingen en aangiften. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk dat eiseres en haar kinderen een reëel risico lopen op ernstige schade bij terugkeer naar de provincie Kirkuk.
Eiseres heeft nieuwe asielmotieven aangevoerd die buiten de reikwijdte van het geding vallen en niet in deze procedure beoordeeld kunnen worden. Gelet op de jurisprudentie en wetswijzigingen blijft dit uitgangspunt ongewijzigd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.