ECLI:NL:RBSGR:2011:BS8944
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Verzoeker, een Indiase burger zonder rechtmatig verblijf in Nederland, kreeg een terugkeerbesluit opgelegd waarbij hij Nederland onmiddellijk moest verlaten. Hij maakte bezwaar en verzocht om schorsing van het besluit en teruggave van zijn paspoort. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd voor het paspoortverzoek en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af.
De rechtbank overwoog dat artikel 62, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 richtlijnconform kan worden uitgelegd, zodat bij vreemdelingen die onmiddellijk voorafgaand aan binnenkomst geen rechtmatig verblijf hadden, een risico op onderduiken kan worden aangenomen en geen vertrektermijn hoeft te worden toegekend. Verzoeker had zich niet gemeld bij binnenkomst en had geen rechtmatig verblijf, wat hem onderscheidt van vreemdelingen die hun verblijf verloren.
Verzoeker had verklaard niet terug te willen naar India en wilde naar België, waar hij geen rechtmatig verblijf kon aantonen. Na opheffing van vreemdelingenbewaring was hij ondergedoken in België. De rechtbank vond dat verweerder het terugkeerbesluit terecht had genomen en dat het ontbreken van een vertrektermijn gerechtvaardigd was. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen en de voorzieningenrechter is onbevoegd voor het verzoek tot teruggave van het paspoort.