ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6223
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring vreemdeling onterecht; lichter middel had moeten worden toegepast
Eiseres is op 22 juli 2011 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen deze vrijheidsontnemende maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft onderzocht of de bewaring in overeenstemming is met artikel 15 van Pro de Terugkeerrichtlijn, dat vereist dat eerst gekeken moet worden of minder dwingende maatregelen effectief kunnen zijn.
De rechtbank stelde vast dat eiseres sinds de ongewenstverklaring in januari 2008 bij haar moeder woont en dat verweerder ten onrechte het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats als grond voor ontwijking van de verwijderingsprocedure heeft aangevoerd. Ook het ontbreken van inschrijving in de GBA en het ontbreken van een identiteitsdocument konden dit niet rechtvaardigen. Daarnaast is niet aannemelijk dat eiseres zich aan de verwijderingsprocedure onttrekt, mede gelet op haar zorg voor haar dochter wiens vader ziek is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet op goede gronden van toepassing van een lichter middel is afgezien en dat de bewaring derhalve niet gerechtvaardigd is. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring onmiddellijk opgeheven en een schadevergoeding toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden proceskosten aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Bewaring werd onterecht opgelegd en onmiddellijk opgeheven; schadevergoeding en proceskosten werden toegekend.