ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5777
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel ondanks zwangerschap eiseres
Eisers, van Russische nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun asielaanvragen door de minister voor Immigratie en Asiel. De aanvragen werden afgewezen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoek op grond van de Dublinverordening (Vo 343/2003). Eisers stelden dat de toezegging van verweerder om eiseres vanwege haar zwangerschap voorlopig niet over te dragen aan Polen gelijkstaat aan een verblijfstitel, waardoor Nederland verantwoordelijk zou zijn geworden.
De rechtbank oordeelt dat deze toezegging niet gelijkgesteld kan worden met een verblijfsvergunning zoals bedoeld in de Dublinverordening en dat verweerder geen titel of vergunning heeft afgegeven die het verblijf rechtvaardigt. Ook is niet voldaan aan de vereisten voor nieuwe feiten of omstandigheden die een herbeoordeling rechtvaardigen volgens artikel 4:6 Awb Pro.
De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie en het ne bis in idem-beginsel, en constateert dat de eerdere afwijzende besluiten rechtens onaantastbaar zijn. Er zijn geen bijzondere individuele omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Daarom verklaart de rechtbank de beroepen ongegrond en ziet af van proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat de toezegging geen verblijfsvergunning is en er geen nieuwe feiten zijn.