ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5091
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.M.A. Bataille
- H.C. Greeuw
- S.W.S. Kilic
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legesheffing en verblijfsduur Turkse werknemer op grond van Besluit 1/80
Eiser, een Turkse onderdaan, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister om zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd slechts voor één jaar te verlenen en hem jaarlijks leges te laten betalen bij verlenging. De rechtbank oordeelt dat artikel 3.59 Vreemdelingenbesluit 2000 niet op eiser van toepassing is omdat Turkse werknemers op grond van Besluit 1/80 geen tewerkstellingsvergunning (TWV) nodig hebben en dat de verblijfsvergunning daarom conform artikel 3.57 Vb maximaal voor één jaar wordt verleend.
Eiser betoogt dat de jaarlijkse legesheffing in strijd is met de standstillbepaling van artikel 13 Besluit Pro 1/80. De rechtbank overweegt dat hoewel legesheffing een nieuwe maatregel is, deze niet onevenredig is in vergelijking met de eisen die aan EU-burgers worden gesteld. Dit verschil wordt gerechtvaardigd door het geleidelijke opbouwsysteem van rechten voor Turkse onderdanen, in tegenstelling tot EU-burgers die vrij toegang hebben tot de arbeidsmarkt.
Verder wijst de rechtbank het beroep van eiser af dat hij op grond van het gelijkheidsbeginsel een verblijfsvergunning voor vijf jaar zou moeten krijgen. Ook het ontbreken van een hoorplicht bij het bezwaar wordt als terecht beoordeeld omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard; de verblijfsvergunning wordt voor één jaar verleend en de jaarlijkse legesheffing is rechtmatig.