ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2455
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige asielzoeker
Eiser, een minderjarige Afghaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke door verweerder werd afgewezen op grond van het ontbreken van geloofwaardige bewijsvoering en reisdocumenten. De rechtbank toetste de afwijzing terughoudend, maar oordeelde dat het ontbreken van reisdocumenten aan eiser kon worden toegerekend, waardoor verweerder dit terecht als reden voor afwijzing gebruikte.
De rechtbank vond het echter onvoldoende aannemelijk dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op foltering of onmenselijke behandeling, noch dat hij behoort tot een kwetsbare minderheid die extra bescherming behoeft. Ook de aangevoerde nieuwsberichten en rapporten boden geen steun voor een verhoogd risico.
Verder stelde eiser dat het besluit niet zorgvuldig was genomen in het licht van artikel 10 van Pro de Terugkeerrichtlijn, met name met betrekking tot opvang en zorg voor minderjarigen. De rechtbank oordeelde dat verweerder met de toepasselijke regelingen en onderzoeken aan deze zorgplicht had voldaan.
Ten slotte concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat eiser het onderzoek naar opvangmogelijkheden in het land van herkomst zou frustreren. Gezien het voorgaande werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.