ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2414
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige ondernemer wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als zelfstandige ondernemer, welke door verweerder is afgewezen op grond dat haar activiteiten geen wezenlijk Nederlands belang dienen. Verweerder baseert dit op een negatief advies van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, waarin onder meer het ondernemingsplan en de economische levensvatbaarheid van de onderneming onvoldoende zijn onderbouwd.
De rechtbank overweegt dat het criterium van wezenlijk Nederlands belang beoordeeld moet worden aan de hand van de feitelijke economische situatie op het moment van aanvraag, conform het beleid zoals dat gold op 1 januari 1973. Eiseres heeft onvoldoende aangetoond dat haar onderneming voorziet in een behoefte die nog niet wordt vervuld en dat zij geen negatieve invloed heeft op de markt of werkgelegenheid.
Daarnaast is het beroep tegen het eerdere besluit van 7 augustus 2009 niet-ontvankelijk verklaard omdat dit besluit is ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit. Het beroep tegen het nieuwe besluit is ongegrond verklaard. De rechtbank wijst ook de overige door eiseres aangevoerde gronden af, waaronder het beroep op artikel 8 EVRM Pro en medische omstandigheden.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en bepaalt dat het door eiseres betaalde griffierecht wordt vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een wezenlijk Nederlands belang.