ECLI:NL:RBSGR:2011:BR1308
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens ontbreken nieuw feit
De zaak betreft een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2006 opgelegd aan eiseres nadat de inspecteur een primitieve aanslag had vastgesteld. De inspecteur ontving de aangifte elektronisch en legde later een navorderingsaanslag op naar een lager belastbaar bedrag dan oorspronkelijk aangegeven.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur de primitieve aanslag en het aanslagbiljet had kunnen tegenhouden, maar dit niet deed, waardoor sprake was van een ambtelijk verzuim. De inspecteur beschikte niet over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde, omdat hij al vóór het opleggen van de primitieve aanslag beschikte over de gegevens waarop de navordering was gebaseerd.
Verder was er geen sprake van kwade trouw van eiseres. De navorderingsaanslag en de daarbij in rekening gebrachte heffingsrente werden daarom vernietigd. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2006 en de heffingsrente worden vernietigd wegens ontbreken van een nieuw feit en ambtelijk verzuim.