ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0784
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op opvang na ongewenstverklaring vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van Russische nationaliteit, werd ongewenst verklaard op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en verzocht om opvang. De rechtbank oordeelde dat vanwege zijn ongewenstverklaring eiser niet onder de werkingssfeer van de Opvangrichtlijn valt en dus geen recht op opvang kan ontlenen.
Eiser stelde dat hij vanwege een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro recht had op opvang en dat hij zijn verzoek in Nederland mocht afwachten. De rechtbank verwees echter naar eerdere jurisprudentie en de Vreemdelingenwet 2000, waaruit volgt dat een ongewenst verklaarde vreemdeling geen rechtmatig verblijf kan hebben, ook niet bij een uitzettingsbelemmering.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en veroordeelde verweerder slechts in de proceskosten voor het instellen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep tegen het besluit van 16 maart 2010 werd als ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van opvang na ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.