ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8767
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid bekering tot christendom en vervolgingsgevaar
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende meerdere asielaanvragen in Nederland in. Na eerdere afwijzingen en onherroepelijke uitspraken, stelde hij in zijn tweede aanvraag dat hij zich in Nederland tot het christendom had bekeerd en daardoor bij terugkeer naar Irak gevaar liep op vervolging en mogelijk de doodstraf.
De rechtbank oordeelde dat de bekering een nieuwe asielgrond betrof die niet in eerdere procedures was meegenomen en dat de aanvraag daarom als een nieuwe eerste aanvraag moest worden behandeld. Verweerder achtte de bekering geloofwaardig, maar vond dat eiser niet voldeed aan de criteria voor verblijfsvergunning als 'refugié sur place'.
De rechtbank concludeerde dat de algemene situatie in Irak en de positie van christenen niet zodanig is dat automatisch bescherming wordt geboden. Eiser slaagde er niet in zijn persoonlijke vervolgingsgevaar aannemelijk te maken, mede omdat zijn vrees voor zijn familie niet concreet werd onderbouwd met verifieerbare bronnen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van zijn asielaanvraag bevestigd.