ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7083
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.F.E. van Olden-Smit
- R.J.A. Schaaf
- J.M.H. Rijken-Lie
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken redelijk vooruitzicht op verwijdering naar China
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 25 mei 2011 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de voortzetting van vreemdelingenbewaring van een Chinese vreemdeling. Het centrale geschil betrof de vraag of er nog een redelijk vooruitzicht op verwijdering naar China bestond, wat een vereiste is voor het rechtmatig voortduren van de bewaring.
De rechtbank heeft de stand van zaken beoordeeld aan de hand van drie overleggen die sinds november 2010 tussen de Nederlandse overheid en de Chinese autoriteiten hebben plaatsgevonden. Ondanks deze inspanningen en het voornemen tot voortzetting van overleg, kon verweerder geen concreet aanknopingspunt leveren waaruit blijkt dat het redelijk vooruitzicht op verwijdering concreter is geworden.
Daarmee concludeerde de rechtbank dat het redelijk vooruitzicht op verwijdering ontbreekt, waardoor de voortzetting van de bewaring onrechtmatig is geworden vanaf 10 mei 2011. De rechtbank beveelt opheffing van de bewaring en wijst een schadevergoeding toe van €1.200,00 voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van €874,00.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens ontbreken redelijk vooruitzicht op verwijdering naar China en wijst een schadevergoeding toe.