ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5596
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opvang uitgeprocedeerde asielzoekster zonder zeer bijzondere omstandigheden
Eiseres, een uitgeprocedeerde asielzoekster uit Burundi, verzocht het COA om opvang en verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva 2005) en de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb). Verweerder weigerde deze verzoeken omdat eiseres geen rechtmatig verblijf heeft en geen gebruik had gemaakt van het voorgeschreven aanvraagformulier.
Eiseres stelde dat verweerder in strijd handelde met artikel 8 EVRM Pro door haar geen minimale sociale voorzieningen en opvang te bieden, mede vanwege haar kwetsbare situatie en medische klachten. De rechtbank oordeelde dat artikel 8 EVRM Pro geen recht op verblijf of opvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers inhoudt, tenzij sprake is van zeer bijzondere omstandigheden zoals een acute medische noodsituatie.
De rechtbank stelde vast dat eiseres geen medische noodsituatie of andere bijzondere omstandigheden aannemelijk had gemaakt. Verder was haar aanvraag onvolledig en prematuur. De aangehaalde jurisprudentie van het EHRM en andere instanties bood geen grond voor een andere beoordeling. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van opvang werd niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard wegens het ontbreken van zeer bijzondere omstandigheden.