ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5323
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling op grond van Terugkeerrichtlijn en Vreemdelingenwet
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Braziliaanse vreemdeling tegen zijn bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De kern van het geschil betrof de toepasselijkheid van de Europese Terugkeerrichtlijn en de rechtmatigheid van de bewaring.
De rechtbank oordeelde dat artikel 2 van Pro de Terugkeerrichtlijn onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is en sinds 25 december 2011 rechtstreekse werking heeft. Hierdoor kon eiser een beroep doen op deze richtlijn, ondanks een ministeriële poging tot beperking van de werkingssfeer zonder wettelijke grondslag. De bewaring was gebaseerd op drie gronden: het ontbreken van geldige identiteitspapieren, de ongewenstverklaring van eiser en een strafrechtelijke veroordeling.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen geldig paspoort had en zijn terugkeer actief belemmerde door weigering tot medewerking. De ongewenstverklaring bood onvoldoende grond voor bewaring omdat eiser direct na deze verklaring in bewaring werd gesteld. De rechtbank concludeerde dat de bewaring gerechtvaardigd was, dat minder ingrijpende maatregelen niet toereikend waren en dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.