ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2980
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding met detentie man, hoofdverblijfplaats minderjarige bij vrouw en verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Partijen zijn gehuwd in 2007 en hebben een minderjarige zoon geboren in 2004. De man is gedetineerd en de vrouw heeft een verzoek tot echtscheiding ingediend. De rechtbank oordeelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de vrouw vastgesteld, met een zorgregeling die rekening houdt met de detentie en mogelijke weekendverlof van de man.
De rechtbank beoordeelt het verzoek tot partneralimentatie van de man en wijst dit af, omdat zijn behoeftigheid niet is komen vast te staan en hij zijn verdiencapaciteit in de toekomst mogelijk weer kan benutten. De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap wordt vastgesteld op basis van de wettelijke regels van algehele gemeenschap van goederen, waarbij de inboedel en schulden worden verdeeld. De schulden die vóór het huwelijk zijn aangegaan worden geacht deel uit te maken van de gemeenschap.
De rechtbank verklaart de bepalingen uitvoerbaar bij voorraad en bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. De beschikking is uitgesproken door rechter H.A.G. Nijman op 20 april 2011.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding toe, stelt de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw vast, regelt de zorgregeling en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.