ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0892
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herstel Nederlanderschap na gebruik valse personalia bij naturalisatie
De verzoeker heeft in 1996 het Nederlanderschap verkregen via naturalisatie op basis van valse personalia, waaronder een onjuiste geboortedatum, geboorteplaats en nationaliteit. Na melding van deze onjuistheden door de verzoeker heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) het voornemen uitgesproken het Nederlanderschap in te trekken.
De rechtbank toetst of het naturalisatiebesluit, genomen vóór 1 april 2003, rechtsgevolg heeft ondanks de valse gegevens. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad identificeert een besluit met valse persoonsgegevens de betrokkene niet, tenzij bijzondere omstandigheden anders aantonen.
De rechtbank oordeelt dat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die de verzoeker voldoende identificeerbaar maken op basis van de onjuiste gegevens. De vertraging in het intrekken van het Nederlanderschap door de IND is niet relevant voor de beoordeling. Ook het argument dat de juiste gegevens geen invloed hadden op de verblijfsvergunning wordt verworpen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot herstel van het Nederlanderschap af en bevestigt dat het besluit van 1996 geen rechtsgevolg heeft.
Uitkomst: Het verzoek tot herstel van het Nederlanderschap wordt afgewezen wegens gebruik van valse personalia bij naturalisatie.