ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0863
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap wegens ontbreken adoptie en naturalisatie
Verzoeker, geboren in 1989 in Somalië, werd in het kader van gezinshereniging naar Nederland gehaald door zijn veel oudere halfbroer, die in 1997 werd genaturaliseerd. Verzoeker stelt dat hij als adoptiefkind van deze broer moet worden beschouwd en daardoor het Nederlanderschap heeft verkregen. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een formele adoptie conform Nederlands internationaal privaatrecht, zodat verzoeker niet als kind of geadopteerd kind van de broer kan worden aangemerkt.
De rechtbank verwijst naar artikel 11 lid 2 van Pro de oude Rijkswet op het Nederlanderschap, dat bepaalt dat alleen geadopteerde kinderen delen in de naturalisatie van hun adoptieouders. Omdat verzoeker deze adoptie niet heeft bewezen, is hij nooit Nederlander geworden. Het beroep op het arrest Rottmann, dat bescherming biedt bij verlies van EU-burgerschap, faalt omdat verzoeker nooit Nederlander is geweest en ook geen andere EU-nationaliteit had.
De rechtbank wijst het verzoek af en bevestigt dat het naturalisatiebesluit van vóór 2003 geen rechtsgevolg heeft indien sprake is van valse persoonsgegevens. De uitspraak is gedaan door drie rechters op 7 april 2011.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen omdat verzoeker niet als geadopteerd kind kan worden beschouwd en daardoor nooit Nederlander is geworden.