ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0491
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring Dublinclaimant en toepasselijkheid Terugkeerrichtlijn
Eiser, een Somalische Dublinclaimant, werd in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in afwachting van zijn overdracht aan Italië. Hij stelde dat de Terugkeerrichtlijn van toepassing was en dat de bewaring onrechtmatig was, omdat Italië als land van doorreis onder de richtlijn zou vallen.
De rechtbank overwoog dat de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing is op Dublinclaimanten, omdat overdracht in het kader van de Dublinverordening niet valt onder het begrip 'terugkeer' van de richtlijn. Dit oordeel werd onderbouwd met verwijzingen naar Europese beleidsdocumenten en de preambule van de richtlijn.
Verder stelde de rechtbank dat de bewaring rechtmatig was op grond van nationale wetgeving, mede gezien het risico dat eiser zich zou onttrekken aan toezicht. Er was geen aanleiding voor een lichter middel zoals een meldplicht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Partijen konden binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en ondertekend door de griffier.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.