ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0039
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhaving ongewenstverklaring en toepasselijkheid EU-vrijverkeer in België
Eiser is op grond van een strafrechtelijke veroordeling ongewenst verklaard in Nederland en heeft verzocht om opheffing van deze verklaring. De minister heeft dit verzoek afgewezen, waarop eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overweegt dat eiser met zijn gezin geen verblijf in Nederland, maar in België beoogt. Op grond van de EU-richtlijn betreffende vrij verkeer en verblijf is België als gastland verantwoordelijk voor de beoordeling van het verblijfsrecht van eiser en zijn gezin. Nederland is niet verantwoordelijk voor de effectuering van deze rechten in België.
De rechtbank stelt vast dat de signalering in het Schengen Informatie Systeem (SIS) door België wordt tegengeworpen bij de beoordeling van een verblijfsvergunning, maar dat dit de verantwoordelijkheid van België niet wegneemt. De rechtbank oordeelt dat het handhaven van de ongewenstverklaring door Nederland niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, mede omdat eiser niet in Nederland wenst te verblijven.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit van 23 juni 2010 tot handhaving van de ongewenstverklaring blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de handhaving van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.