ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9259
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.R. Hoogenberk
- K.J. Veenstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens niet-toepassing Richtlijn 2004/38 in terugkeersituatie
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, vroeg een visum kort verblijf aan om haar echtgenoot, een Nederlandse staatsburger met een Belgische verblijfskaart, op Schiphol te ontmoeten en met hem in Nederland familiebezoek te brengen. De aanvraag werd geweigerd en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank moest beoordelen of eiseres rechten kon ontlenen aan Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht op vrij verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden.
De rechtbank oordeelde dat Richtlijn 2004/38 alleen van toepassing is indien de EU-onderdaan en diens familielid gezamenlijk in een andere lidstaat hebben verbleven. Omdat eiseres en haar echtgenoot niet gezamenlijk in België hadden verbleven, kon zij geen rechten ontlenen aan deze richtlijn. De situatie betrof een terugkeer van de EU-onderdaan naar zijn land van herkomst zonder voorafgaand gezamenlijk verblijf in een andere lidstaat.
De rechtbank verwierp de stelling van eiseres dat zij op grond van het arrest Metock rechten kon ontlenen, omdat dit arrest een andere situatie betrof waarbij wel sprake was van gezamenlijk verblijf. De visumaanvraag werd terecht getoetst aan de Schengengrenscode. Aangezien onvoldoende was gebleken dat eiseres tijdig zou terugkeren naar haar land van herkomst, en het hoofdreisdoel mogelijk België was, lag de beslissing over verblijf in België bij de Belgische autoriteiten. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard.