ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9104
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing ongewenstverklaring ondanks familie- en gezinsleven
Eiser, een vreemdeling met een strafrechtelijk verleden, verzocht om opheffing van zijn ongewenstverklaring, zodat hij zijn familieleden in Nederland kon bezoeken. Hij is ongewenst verklaard vanwege ernstige strafbare feiten, waaronder medeplegen van verkrachting. Ondanks zijn langdurig verblijf in Nederland en familiebanden, heeft eiser Nederland sinds de ongewenstverklaring niet verlaten.
De rechtbank overwoog dat opheffing van de ongewenstverklaring niet automatisch verblijf in Nederland toestaat, maar enkel kort verblijf mogelijk maakt. De belangenafweging volgens artikel 8 EVRM Pro leidde tot de conclusie dat het algemeen belang van de Nederlandse Staat bij het beschermen van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van eiser bij het uitoefenen van zijn familie- en gezinsleven.
De rechtbank nam mee dat eiser geen paspoort heeft, niet duurzaam over middelen van bestaan beschikt en dat zijn gezinsleden al sinds 2007 legaal in Nederland verblijven zonder hem te volgen naar zijn land van herkomst. Ook de medische situatie van eiser, waaronder zijn psychiatrische aandoening, bood onvoldoende grond voor opheffing. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt afgewezen omdat het algemeen belang zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van eiser.