ECLI:NL:RBSGR:2011:BP2205
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid voortduren bewaring vreemdeling in het kader van Terugkeerrichtlijn
Eiser, een vreemdeling van Jamaicaanse nationaliteit, verbleef illegaal in Nederland en werd in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde beroep aan tegen het voortduren van zijn bewaring en tegen het verlengingsbesluit van de bewaringstermijn.
De rechtbank oordeelde dat het verlengingsbesluit geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en daarom niet ontvankelijk is. Ten aanzien van het voortduren van de bewaring toetste de rechtbank de gronden aan artikel 15 van Pro de Terugkeerrichtlijn, die voorschrijft dat bewaring slechts mogelijk is indien een van de daarin genoemde gronden aanwezig is.
De rechtbank concludeerde dat de verdenking van het plegen van een misdrijf sinds 25 december 2010 geen geldige grond meer is voor bewaring. Wel achtte de rechtbank het feit dat eiser zich van meerdere identiteiten heeft bediend en jarenlang illegaal verbleef zonder zich te melden, een indicatie dat hij de terugkeerprocedure ontwijkt. Andere gronden zoals het ontbreken van identiteitspapieren, vaste woonplaats, gebruik van valse documenten en het ontbreken van middelen van bestaan konden de bewaring niet zelfstandig dragen zonder nadere toelichting.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep tegen het voortduren van de bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het verlengingsbesluit is niet-ontvankelijk.