ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1845
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is sinds 23 december 2009 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft meerdere keren beroep ingesteld tegen de bewaring, die telkens ongegrond zijn verklaard. Op 22 december 2010 is een nieuw beroep ingesteld tegen het voortduren van de vrijheidsontneming en is tevens om schadevergoeding verzocht.
Eiser betoogt dat het terugkeerbesluit ondeugdelijk is omdat daarin geen vertrektermijn is gesteld en dat hij Nederland niet kan verlaten vanwege de bewaring. Ook stelt hij dat het verlengingsbesluit van 21 december 2010 en de voortzetting van de bewaring getoetst moeten worden aan de Terugkeerrichtlijn, die sinds 25 december 2010 rechtstreekse werking heeft, en dat de bewaring daardoor onrechtmatig is.
De rechtbank overweegt dat het terugkeerbesluit en de afwijzing van de asielaanvraag geen nieuwe elementen bevatten ten opzichte van de eerdere ongewenstverklaring, die als terugkeerbesluit kwalificeert. De termijn voor vertrek is verstreken en er is een redelijk vooruitzicht op verwijdering. De verlenging van de bewaring is niet in strijd met de Vreemdelingenwet 2000 of de Terugkeerrichtlijn, mede omdat de situatie van eiser onder artikel 15, zesde lid, van de richtlijn valt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.