ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1560
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken uitzonderlijke geweldssituatie in Bagdad
Eiser, een Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vanwege zijn werkzaamheden bij de provincie Bagdad en de Rode Halve Maan en de bedreigingen die hij ontving, waaronder een aanslag op zijn leven. De aanvraag werd afgewezen door verweerder, die stelde dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor vergunningverlening, met name dat niet was gebleken van een uitzonderlijke geweldssituatie in Bagdad zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn.
De rechtbank toetste het ambtsbericht van oktober 2010 van de minister van Buitenlandse Zaken en concludeerde dat hoewel de situatie in Irak en Bagdad ernstig is, er geen sprake is van een dermate hoog niveau van willekeurig geweld dat elke burger een reëel risico loopt op ernstige schade. De door eiser aangevoerde stukken, waaronder rapporten van UNHCR en Amnesty International, konden dit niet overtuigend aantonen. Daarnaast werden tegenstrijdigheden in het relaas van eiser, zoals het type auto en het ontbreken van bewijs van bedreigingen, meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de criteria voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en dat er geen sprake was van een verslechtering van de veiligheidssituatie die een ander oordeel zou rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.