ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0337
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken wettelijke grondslag terugkeerbesluit
Eiser werd op 26 december 2010 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Hij stelde dat het terugkeerbesluit waarop de bewaring was gebaseerd, niet rechtsgeldig was omdat verweerder niet bevoegd was dit besluit te nemen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag. De rechtbank onderzocht de wettelijke grondslag van het terugkeerbesluit en oordeelde dat artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet als zodanig kan worden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat het terugkeerbesluit een constitutieve voorwaarde is voor bewaring, maar zelf geen rechtens relevante handeling jegens de vreemdeling vormt. Verweerder kon geen andere wettelijke grondslag aandragen en de Terugkeerrichtlijn kon niet als grondslag dienen omdat Nederland deze niet tijdig had geïmplementeerd. De rechtbank verwierp het verweer dat bevoegdheid in een bezwaar- of beroepsprocedure tegen het terugkeerbesluit zou moeten worden beoordeeld.
Gelet hierop was de bewaring vanaf het begin onrechtmatig en moest deze worden opgeheven. Daarnaast kende de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €985,- voor de periode van bewaring en veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten van €874,-.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens het ontbreken van een geldige wettelijke grondslag voor het terugkeerbesluit en eiser krijgt schadevergoeding toegekend.