ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0109
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verlenging van vreemdelingbewaring na zes maanden zonder wettelijke grondslag
Eiser werd op 22 juni 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na zes maanden, op 23 december 2010, verlengde verweerder de bewaring met twaalf maanden op basis van artikel 15, vijfde en zesde lid van de Europese Terugkeerrichtlijn 2008/115/EG. De Terugkeerrichtlijn was echter niet tijdig geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving.
De rechtbank oordeelt dat de maximale bewaringstermijn zonder wettelijke grondslag in nationale wetgeving zes maanden bedraagt. De verlenging na deze termijn zonder een specifieke nationale wettelijke bepaling is onrechtmatig. Verweerder kon de verlenging niet baseren op artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat deze bepaling sinds de inwerkingtreding van de richtlijn geen grondslag meer biedt voor bewaring langer dan zes maanden.
De rechtbank stelt vast dat er wel zicht is op uitzetting en dat verweerder voortvarend heeft gehandeld. Het belang van verweerder om de bewaring voort te zetten tot 24 december 2010 woog zwaarder dan het belang van eiser om vrijgelaten te worden. De bewaring was tot die datum rechtmatig.
De rechtbank verklaart het beroep tegen de verlenging gegrond, vernietigt het verlengingsbesluit en beveelt opheffing van de bewaring met ingang van de uitspraakdatum. Tevens kent zij eiser een schadevergoeding toe van €1.040 voor de onrechtmatige bewaring vanaf 24 december 2010 tot 6 januari 2011 en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De bewaring is onrechtmatig verlengd na zes maanden zonder wettelijke grondslag; verlenging wordt vernietigd en bewaring opgeheven.