ECLI:NL:RBSGR:2010:BY7455
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige langdurige crisisplaatsing en onthouden van adequate behandeling aan jeugdige met PDD-NOS
De zaak betreft een jeugdige met de diagnose PDD-NOS die vanaf eind 2005 vanwege ernstige gedragsproblemen onder toezicht werd gesteld en geplaatst in de justitiële jeugdinrichting Het Poortje. Hoewel de crisisplaatsing aanvankelijk gerechtvaardigd was, heeft de Staat nagelaten om tijdig een passende behandelplaats te realiseren. De jeugdige verbleef circa anderhalve maand onnodig lang in een strafrechtelijke groep in Het Poortje, waar hij geen adequate behandeling ontving. Vervolgens werd hij overgeplaatst naar Rentray, maar ook daar ontbrak een passende intensieve individuele behandeling.
De rechtbank oordeelt dat de plaatsing in Het Poortje op zich niet onrechtmatig was, gezien de rechterlijke machtiging en de ernst van de gedragsproblemen. De plaatsing in een strafrechtelijke groep en het strafrechtelijk regime waren destijds wettelijk toegestaan. Wel was het onrechtmatig dat de Staat onvoldoende voortvarend was in het realiseren van een geschikte behandelsetting, mede door een onnodige aanmelding bij een ongeschikte instelling (Den Engh). De rechtbank wijst de stellingen van de jeugdige over schending van internationale verdragsbepalingen af, omdat deze onvoldoende onderbouwd zijn.
De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €4.300,--, rekening houdend met een eerder betaald voorschot, en wettelijke rente vanaf de datum van plaatsing in Rentray. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Staat is onrechtmatig jegens de jeugdige gehandeld door de langdurige crisisplaatsing en het onthouden van adequate behandeling, en moet €4.300,-- schadevergoeding betalen.