ECLI:NL:RBSGR:2010:BQ1782
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onvoldoende motivering bij weigering verblijfsvergunning op grond van schrijnende omstandigheden en artikel 8 EVRM
Eisers, beiden van Ghanese nationaliteit, hebben na 17 maart 2005 een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'beschikking conform Minister' op grond van schrijnende omstandigheden. De minister heeft deze aanvragen geweigerd omdat eisers niet beschikten over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank toetste direct of de minister de vergunning in redelijkheid heeft kunnen weigeren.
De rechtbank constateerde dat het bestreden besluit onvoldoende inzicht geeft in de wijze waarop de minister de door eisers aangedragen schrijnende omstandigheden heeft meegewogen, mede in het licht van de brief van 21 februari 2007 die als richtsnoer geldt. Tevens stelde de rechtbank vast dat de enkele tegenwerping dat geen sprake is van een zeer langdurige verblijfsduur onvoldoende is om schending van het recht op privéleven van een negenjarige eiser als bedoeld in artikel 8 EVRM Pro uit te sluiten.
De rechtbank oordeelde dat de minister niet heeft voldaan aan de motiveringsplicht en dat het besluit strijdig is met artikel 7:12 Awb Pro. Daarom werden de beroepen gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder verboden eisers uit te zetten tot vier weken na beslissing op bezwaar. De kosten werden aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering en schending van artikel 8 EVRM en beveelt een nieuw besluit.