ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9487
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verblijf bij Nederlandse partner en kinderen met volledige artikel 8 EVRM toetsing
Eiseres, een vrouw van Nigerese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar Nederlandse partner. Verweerder wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiseres stelde dat het mvv-vereiste haar recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro schond.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro niet volledig had gemaakt en de belangen van eiseres en haar Nederlandse partner en kinderen onvoldoende had meegewogen. De rechtbank benadrukte dat de kinderen alleen hun verblijfsrecht volledig kunnen uitoefenen in aanwezigheid van hun ouders.
Verder werd vastgesteld dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het verblijf in Nederland geweigerd werd, met name omdat de vrees van eiseres voor besnijdenis van haar dochter in Niger niet adequaat was beoordeeld. Het besluit was daarom niet deugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank op het beroep had beslist.
Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht aan eiseres vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onvoldoende volledige toetsing aan artikel 8 EVRM.