ECLI:NL:RBSGR:2010:BO8443
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing mvv-aanvragen in kader verruimde gezinshereniging bij minderjarige asielvergunninghouder
Eisers, vader en zus van een minderjarige houder van een asielvergunning, vroegen om machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van verruimde gezinshereniging. Verweerder wees deze aanvragen af omdat volgens hem niet voldaan werd aan de voorwaarden van artikel 3.24a Vreemdelingenbesluit 2000 en er geen feitelijke gezinsband zou zijn.
De moeder van de minderjarige had wel een positief advies gekregen, maar verweerder vond dat dit niet relevant was voor de aanvragen van eisers. De rechtbank oordeelde dat deze ongelijkwaardige behandeling zonder nadere motivering onjuist was en in strijd met het gelijkheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op gezinsleven beschermt.
Verder stelde de rechtbank dat artikel 3.24a Vb 2000 geen ruimte laat voor een beoordeling van een feitelijke gezinsband indien voldaan is aan het bloedverwantschapsvereiste. Omdat eiser een bloedverwant in de rechtstreekse opgaande lijn is, was aan dit vereiste voldaan.
De bestreden besluiten waren onvoldoende gemotiveerd en niet zorgvuldig voorbereid, waardoor het beroep gegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde de besluiten en bepaalde dat verweerder binnen zes weken nieuwe besluiten moet nemen, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de mvv-aanvragen en gelast nieuwe besluiten binnen zes weken.