ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7552
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.A.C. van Rossum
- Y.J. Wijnnobel-van Erp
- J.R.G. Jofriet
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit levering chemische stoffen voor oorlogsmisdrijven
De zaak betreft een ontnemingsvordering ex artikel 36e Sr tegen een veroordeelde die eerder door het gerechtshof te 's-Gravenhage is veroordeeld wegens medeplegen van medeplichtigheid aan oorlogsmisdrijven, waaronder het leveren van thiodiglycol (TDG) voor de productie van mosterdgas aan Irak.
De rechtbank onderzoekt de toepasselijkheid van de oude ontnemingswetgeving, het causaal verband tussen de leveringen van TDG en de bewezen chemische aanvallen, en berekent het wederrechtelijk verkregen voordeel. Uit getuigenverklaringen blijkt dat bij negen chemische aanvallen in Irak en Iran in totaal ten minste 56 mosterdgasbommen zijn afgeworpen. De rechtbank baseert de berekening op de hoeveelheid TDG die daadwerkelijk is geleverd en gebruikt bij deze aanvallen.
De bruto winst uit de leveringen wordt vastgesteld op ongeveer $1.066.211,35, waaruit kosten worden afgetrokken. De rechtbank rekent de winst om naar euro's tegen de wisselkoers van 11 november 2010 en komt tot een betalingsverplichting van €3.493,-. De verdediging voerde een draagkrachtverweer en stelde dat de berekening onjuist was, maar dit werd verworpen omdat de veroordeelde niet aannemelijk had gemaakt dat hij kosten had gemaakt die in mindering moesten worden gebracht.
De rechtbank verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vordering en legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van het vastgestelde bedrag aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: De veroordeelde wordt verplicht tot betaling van €3.493,- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.