ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7515
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op arbeid en verblijfsaantekening voor familielid EU-onderdaan bevestigd
Eiser, gehuwd met een Italiaanse EU-burger, maakte bezwaar tegen het plaatsen van een sticker in zijn paspoort die aangaf dat arbeid niet was toegestaan, terwijl hij op grond van zijn huwelijk rechtmatig in Nederland verbleef en arbeid mocht verrichten zonder tewerkstellingsvergunning.
De rechtbank stelde vast dat eiser op het moment van de aanvraag reeds recht had op de betreffende sticker, omdat zijn rechten rechtstreeks voortvloeien uit het EU-recht en de benodigde gegevens waren overlegd. Het niet tijdig plaatsen van de juiste sticker door verweerder werd daarom onrechtmatig geoordeeld.
Verweerder werd veroordeeld het bestreden besluit te vernietigen, de proceskosten van eiser te vergoeden en alsnog de gemaakte kosten in verband met het bezwaar te vergoeden. De organisatorische bezwaren van de IND konden het recht van eiser niet beperken.
De uitspraak benadrukt het declaratoire karakter van de sticker en bevestigt dat het recht op arbeid voortvloeit uit het EU-recht, ongeacht administratieve vertragingen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt verweerder tot het plaatsen van de juiste sticker en vergoeding van proceskosten.