ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7177
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring wegens reëel risico schending artikel 3 EVRM voor homoseksuele asielzoeker uit Iran
De zaak betreft een Iraanse asielzoeker die ongewenst is verklaard vanwege het bezit van een vervalst document en tegen wie een uitzettingsprocedure is gestart. De asielzoeker betoogde dat hij vanwege zijn homoseksuele geaardheid en bekering tot het christendom risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Iran.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van verweerder over de positie van homoseksuelen in Iran tegenstrijdig is: enerzijds erkent verweerder het structurele lijden door discriminatie, anderzijds eist hij dat de asielzoeker aantoont dat maatschappelijk functioneren onmogelijk is. Het thematisch ambtsbericht van 2009 bevestigt dat het voor homoseksuelen in Iran onmogelijk is om maatschappelijk en sociaal te functioneren, ondanks het ontbreken van aanwijzingen voor een actief opsporings- en vervolgingsbeleid.
Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom er geen reëel risico op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bestaat. Ook is verweerder niet ingegaan op de bekering tot het christendom als grond voor bescherming. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen waardoor uitzetting wordt opgeschort.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering omtrent het reële risico op schending van artikel 3 EVRM en een nieuw besluit wordt bevolen.