ECLI:NL:RBSGR:2010:BO6873
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel Libische asielzoeker wegens onvoldoende motivering risico schending artikel 3 EVRM
Eiser, een Libische asielzoeker, diende op 6 augustus 2010 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 17 augustus 2010 af. Eiser stelde dat het beleid ten aanzien van Libische asielzoekers gewijzigd was met het WBV 2010/6, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was en dat het beleid al vanaf 1 juli 2007 zonder moratorium werd toegepast.
De kern van het geschil betrof de vraag of eiser bij terugkeer naar Libië een reëel risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro (verbod op foltering en onmenselijke behandeling). Eiser stelde dat ongedocumenteerde terugkeer een reëel risico op detentie en mishandeling inhoudt, onderbouwd met rapporten van Amnesty International en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
Verweerder betwistte dit en stelde dat individuele kenmerken noodzakelijk zijn om een verhoogd risico aan te nemen. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom eiser geen reëel risico zou lopen, mede gelet op het ontbreken van recente informatie die het rapport van Amnesty International uit 2005 zou weerleggen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 874.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over het risico op schending van artikel 3 EVRM.