ECLI:NL:RBSGR:2010:BO6169
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens verstreken overdrachtstermijn Dublinverordening
Verzoeker, een Somalische asielzoeker, diende op 8 oktober 2009 een asielaanvraag in die werd afgewezen omdat Griekenland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening (Vo 343/2003). Na afwijzing en beroep werd een nieuwe aanvraag ingediend op 12 oktober 2010, welke ook werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten conform artikel 4:6 Awb Pro.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de overdrachtstermijn van zes maanden, die op 8 maart 2010 begon, was verstreken op 8 september 2010 en dat de interim measure van het EHRM van 3 juni 2010 deze termijn niet opschortte. Hierdoor werd Nederland verantwoordelijk voor de asielaanvraag.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval de minister een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds werd beslist.
De voorzieningenrechter veroordeelde de minister tevens tot vergoeding van proceskosten van €874,00 aan verzoeker. De uitspraak benadrukt dat alleen bijzondere, individuele feiten kunnen leiden tot uitzondering op de procedurele regels en dat de wetgever verantwoordelijk is voor het regelen van opschortende werking van interim measures.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, omdat de overdrachtstermijn is verstreken en Nederland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.