ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4705
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar China
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van de maatregel bewaring die aan hem is opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. Het geschil betreft nu de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring sinds dat moment.
Eiser stelde dat het zicht op uitzetting naar China ontbreekt. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en andere rechtbanken, waarin is vastgesteld dat zicht op uitzetting naar China binnen een redelijke termijn niet langer ontbreekt. Dit is gebaseerd op toezeggingen van de Chinese autoriteiten in mei 2010 voor de afgifte van achttien laissez passer, waarvan er inmiddels zeventien zijn verstrekt.
Daarnaast heeft eiser aangevoerd dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij de voorbereiding van de uitzetting. De rechtbank oordeelt dat verweerder voortvarend handelt, onder meer omdat het Bureau Medische Advisering heeft vastgesteld dat eiser reisvaardig is en omdat er herhaaldelijk contact is geweest met de Chinese autoriteiten. De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.