ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4411
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling met Chinese nationaliteit
Eiser, een Chinese vreemdeling, stelde beroep in tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Minister voor Immigratie en Asiel op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde aan dat hij niet in het bezit was van een geldig paspoort en dat de uitzetting daardoor niet binnen een redelijke termijn mogelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat eiser zijn paspoort niet meer bezit onvoldoende is om aan te nemen dat hij niet binnen een redelijke termijn een geldig paspoort kan overleggen. Verweerder beschikte bovendien over een kopie van het paspoort van eiser. De rechtbank stelde vast dat geen bewijs is geleverd dat een laissez passer vereist is voor uitzetting naar China als men een geldig paspoort heeft.
Verder werd het betoog van eiser dat een lichtere maatregel dan bewaring had moeten worden toegepast verworpen. De rechtbank benadrukte dat de beoordeling hiervan aan verweerder toekomt en dat de rechtbank terughoudend moet toetsen. Gezien de omstandigheden was de maatregel van bewaring gerechtvaardigd.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en dat de belangenafweging rechtvaardigt dat de maatregel gehandhaafd blijft. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.