ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4148
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkstelling bestuurder wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur bij onjuiste aangifte omzetbelasting
Eiser was bestuurder van een BV die in 2004 onjuiste aangiften omzetbelasting indiende, resulterend in een onterechte teruggaaf van €36.005. Naar aanleiding van een strafrechtelijk en boekenonderzoek legde de Belastingdienst een naheffingsaanslag met heffingsrente op aan de BV. Na faillissement en opheffing van de BV stelde de Belastingdienst eiser persoonlijk aansprakelijk voor het onbetaalde bedrag.
Eiser voerde aan dat de aanslag niet rechtsgeldig was bekendgemaakt en dat hij niet aansprakelijk kon worden gesteld wegens het ontbreken van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De rechtbank oordeelde dat de aanslag rechtsgeldig was opgelegd en bekendgemaakt, mede doordat een kopie van het aanslagbiljet aan de curator was gestuurd. Kennelijk onbehoorlijk bestuur werd ruim uitgelegd en omvat ook het bewust indienen van onjuiste aangiften.
De verklaringen van eiser tegenover de FIOD toonden aan dat hij bewust onjuiste bedragen had ondertekend en ingestuurd, mede om financiering te verkrijgen die banken niet wilden verstrekken. De rechtbank verwierp het verweer dat eiser mocht vertrouwen op zijn adviseur. De aansprakelijkstelling was terecht en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aansprakelijkstelling van eiser wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.