ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1314
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige grensdetentie van minderjarige asielzoekster in AC Schiphol
Eiseres, een 17-jarige alleenstaande minderjarige asielzoekster, werd op 16 augustus 2010 bij aankomst op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en in detentie geplaatst in het aanmeldcentrum (AC) Schiphol. Zij stelde dat de detentie onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een op haar toegespitste belangenafweging en ongeschikte verblijfomstandigheden voor minderjarigen. Verweerder handhaafde het beleid dat minderjarigen vanaf 15 jaar in AC Schiphol worden vastgehouden, tenzij zij evident jonger zijn dan 15.
De rechtbank stelde vast dat verweerder geen specifieke belangenafweging had gemaakt en dat het AC Schiphol qua gebouw en voorzieningen niet was aangepast aan minderjarige vreemdelingen. De detentie vond plaats zonder goede trouw, was willekeurig en niet in overeenstemming met artikel 5, eerste lid, aanhef en onder f van het EVRM. De verblijfomstandigheden hadden een penitentiair karakter, met onvoldoende rust- en afzonderingsmogelijkheden en geen passende educatieve activiteiten.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, oordeelde dat de detentie in strijd was met het EVRM, en kende eiseres een schadevergoeding toe van €880 voor de onrechtmatige detentieperiode. Daarnaast werden de proceskosten van eiseres aan verweerder opgelegd. Het vonnis benadrukte de verplichtingen uit het IVRK en de noodzaak van een specifieke belangenafweging bij minderjarige asielzoekers.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de Staat tot schadevergoeding wegens onrechtmatige detentie van de minderjarige asielzoekster.