ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1025
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.H.B. Sentrop
- M.D.J. van Reenen-Stroebel
- S.M. Krans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Language Proficiency Endorsement niveau 6 op grond van Wet luchtvaart
Eiser heeft bij de minister van Verkeer en Waterstaat een aanvraag ingediend voor bijschrijving van een Language Proficiency Endorsement (LPE) niveau 6 in zijn bewijs van bevoegdheid. De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser niet beschikt over een bewijs van een erkende taalbeoordelingsinstantie dat voldoet aan de vereisten van JAR-FCL 1.010, JAR-FCL 2.010 en Bijlage 1 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart.
Eiser voerde aan dat hij over gelijkwaardige taalvaardigheidsaantekeningen beschikt, afgegeven door de luchtvaartautoriteiten van Hong Kong en de Verenigde Staten, en dat het verdrag directe werking heeft. Tevens stelde hij dat andere JAA-landen zoals het Verenigd Koninkrijk en Duitsland LPE niveau 6 wel erkennen op basis van zijn bewijzen. De minister stelde dat de Nederlandse regelgeving geen ruimte biedt voor afgifte van een LPE niveau 6 zonder erkend bewijs en dat eiser niet in aanmerking komt voor gelijkstelling of ontheffing.
De rechtbank overwoog dat eiser niet heeft aangetoond te voldoen aan de nationale minimumeisen en dat het verdrag geen directe verplichting tot afgifte van een LPE oplegt zonder erkend bewijs. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de stelling dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen, faalde. De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de aanvraag heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de minister om een LPE niveau 6 toe te kennen is ongegrond verklaard.