ECLI:NL:RBSGR:2010:BN5846
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting en toekenning schadevergoeding
Eiser, een Libanese vreemdeling, werd op 5 juni 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Ondanks meerdere eerdere ongegrond verklaarde beroepen tegen de voortzetting van de bewaring, stelde eiser op 9 augustus 2010 opnieuw beroep in en verzocht om schadevergoeding.
Tijdens de zitting verklaarde de gemachtigde van verweerder dat in 2010 door de Algerijnse autoriteiten geen laissez-passers waren afgegeven, terwijl in 2009 slechts 15 laissez-passers werden verstrekt met een gemiddelde doorlooptijd van 66 dagen. Gezien het feit dat eiser al op 18 augustus 2009 was gepresenteerd bij de Algerijnse autoriteiten, concludeerde de rechtbank dat er geen zicht meer was op uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat de voortzetting van de bewaring vanaf 1 augustus 2010 onrechtmatig was en verklaarde het beroep gegrond. De schadevergoeding werd toegekend vanaf 9 augustus 2010, de datum van het beroepschrift, en vastgesteld op €1.280,00 voor 16 dagen bewaring. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €874,00. De uitspraak is onherroepelijk.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van eiser wordt opgeheven en hij ontvangt een schadevergoeding van €1.280,00 vanaf de datum van het beroepschrift.