ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4137
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en heffing OZB over tuinlandpercelen met agrarische bestemming en mogelijke wijziging naar bedrijventerrein
Eiseres, voormalig eigenaresse van circa 34.724 m² tuinland, verkocht de percelen in 2008 aan een grondbank voor € 4.500.000, inclusief schadeloosstellingen. De gemeente stelde voor 2009 een WOZ-waarde vast van € 4.479.000 en legde een OZB-heffing op over een heffingsmaatstaf van € 1.814.000, waarbij een deel van de grond werd vrijgesteld als bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond.
Eiseres voerde aan dat de WOZ-waarde niet op de koopprijs mocht worden gebaseerd omdat deze ook inkomensschade en bijkomende kosten omvatte, en dat zij niet aangeslagen kon worden voor OZB over de extra grond die zij niet gebruikte. De rechtbank oordeelde dat de grondbank de percelen kocht met het oog op een toekomstige bestemmingswijziging naar bedrijventerrein, waardoor de waarde hoger was dan bij agrarische bestemming. Omdat eiseres onvoldoende feiten had gesteld over de omvang van schadeloosstellingen, was de WOZ-waarde terecht gebaseerd op de koopprijs.
Verder stelde de rechtbank vast dat de onroerende zaak als één geheel werd aangemerkt en dat het wettelijke stelsel geen ruimte biedt om het ongebruikte deel buiten de OZB-heffing te laten, tenzij een specifieke vrijstelling van toepassing is. Eiseres had geen feiten gesteld die een aparte onroerende zaak of vrijstelling voor de extra grond aannemelijk maakten. Daarom was de heffing over de gehele onroerende zaak terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de WOZ-waarde en OZB-heffing zijn bevestigd.