ECLI:NL:RBSGR:2010:BM9291
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring vreemdeling met risico op schending artikel 3 EVRM
Eiser, een vreemdeling van Chinese nationaliteit, is ongewenst verklaard vanwege een gevangenisstraf van vier jaar voor betrokkenheid bij de Dover-zaak. Hij kan vanwege artikel 3 EVRM Pro niet worden uitgezet naar China wegens reëel risico op schending. De rechtbank beoordeelt of de ongewenstverklaring proportioneel is en of sprake is van een duurzaam beletsel voor uitzetting.
De rechtbank stelt vast dat de relevante periode voor het duurzaamheidscriterium begint bij de asielaanvraag in 2005. Op het moment van het bestreden besluit in 2007 was eiser ruim twee jaar niet uitzetbaar. Dit is volgens vaste jurisprudentie onvoldoende om van duurzaamheid te spreken. Verweerder heeft terecht geoordeeld dat niet is aangetoond dat artikel 3 EVRM Pro duurzaam uitzetting belemmert.
Eiser voerde aan dat verweerder geen belang heeft bij de ongewenstverklaring en dat het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd, maar deze gronden worden verworpen. Ook is het horen van eiser achterwege gelaten omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat artikel 3 EVRM duurzaam uitzetting belemmert.