ECLI:NL:RBSGR:2010:BM8662
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse vreemdeling wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Eiser, sinds 1998 als zelfstandige werkzaam in Nederland, verzocht om een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige, welke door verweerder werd afgewezen op grond van het ontbreken van een wezenlijk Nederlands economisch belang. Verweerder baseerde zich op een advies van de Minister van Economische Zaken, waarin eiser onvoldoende punten behaalde volgens een puntensysteem.
Eiser voerde aan dat het criterium van wezenlijk Nederlands economisch belang niet strenger mocht worden ingevuld dan op 1 januari 1973, conform de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EEG-Turkije. De rechtbank oordeelde dat het criterium niet is gewijzigd, maar dat de economische situatie de invulling kan beïnvloeden. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende aandacht had besteed aan de Turkse nationaliteit van eiser en dit niet expliciet had meegewogen in het advies van de Minister van Economische Zaken.
De rechtbank vond dat verweerder het advies niet had mogen gebruiken zonder zich te vergewissen van de naleving van de standstill-bepaling en zonder zelfstandig te toetsen of het advies niet leidde tot een ongunstige wijziging ten opzichte van 1973. Hierdoor is het besluit onvoldoende gemotiveerd en in strijd met de zorgvuldigheidseisen van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.