ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2748
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens ontbreken nieuw feit en kwade trouw
In deze zaak stond de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2003 centraal. Eiser had in 2003 zijn aandeel in een bedrijfspand overgedragen aan een B.V. waarvan hij bestuurder en enig aandeelhouder was. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat hij aannam dat eiser de stille reserve ten onrechte in mindering had gebracht op de overdrachtsprijs.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur redelijkerwijs bekend had kunnen zijn met de wijze waarop de overdrachtsprijs was bepaald, aangezien eiser vóór het opleggen van de aanslag een brief had gestuurd waarin hij dit uiteenzette. Tevens had de inspecteur al eerder de maatschapsakte en het addendum ontvangen waarin de stille reserve was vermeld.
Daarom was er geen sprake van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. Ook was niet gebleken dat eiser te kwader trouw was geweest bij de overdrachtsprijsbepaling. De navorderingsaanslag werd vernietigd en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd wegens ontbreken van een nieuw feit en kwade trouw.