ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2032
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. van Linschoten
- J.J.W.P. van Gastel
- E.M. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands economisch belang niet in strijd met standstill- en non-discriminatiebepaling
Eiser, een Turkse zelfstandige, vroeg op 13 januari 2009 een verblijfsvergunning aan voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Verweerder wees deze aanvraag op 30 maart 2009 af, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank behandelde het beroep op 15 maart 2010.
Eiser stelde dat het criterium van het wezenlijk Nederlands economisch belang, zoals toegepast in de Vreemdelingencirculaire 2000, strenger is geworden dan op het moment van inwerkingtreding van artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol in 1973, en dat dit criterium discriminerend is jegens Turkse zelfstandigen. Hij verwees naar eerdere Koninklijke Besluiten en een arrest van het Hof van Justitie.
De rechtbank oordeelde dat het criterium afhankelijk is van de economische situatie en behoeften, waardoor de dynamiek in de toepassing geen aanscherping of beperking in de zin van artikel 41 vormt Pro. Ook is het puntensysteem en de advisering daarop afgestemd. Het beroep dat het criterium in strijd is met het non-discriminatiebeginsel werd verworpen omdat de aangehaalde bepalingen en jurisprudentie dit niet ondersteunen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard omdat het criterium van wezenlijk Nederlands economisch belang niet in strijd is met het Aanvullend Protocol en het non-discriminatiebeginsel.